Bijlage A: Statuut Sociaal Beleid

Karakter van het Statuut Sociaal Beleid

Cao-partijen zijn van mening dat in instellingen een verantwoord sociaal beleid dient te worden gevoerd. Gezien de ontwikkelingen in de samenleving dient dit beleid dynamisch te zijn en zich procesmatig te ontwikkelen. Het Statuut Sociaal Beleid is een richtsnoer waarlangs het sociaal beleid in de instellingen zich met name in het overleg tussen werkgever en ondernemingsraad behoort te ontwikkelen.

Het sociaal beleid is een geïntegreerd onderdeel van het totale beleid van de instelling, een en ander met inachtneming van de grondslag, vermeld in de statuten van de instelling.

Doelstellingen sociaal beleid

    • Gestalte geven aan een zodanige organisatie en zodanige gezagsverhoudingen dat daarin de werknemers hun bijdrage aan het goed functioneren van de instelling willen en kunnen geven.
    • Het zodanig organiseren van werkzaamheden dat sprake is van zinvolle arbeid met een zo groot mogelijke eigen bevoegdheid en verantwoordelijkheid, aangepast aan aanleg, capaciteit en ambities van de werknemers.
    • Werknemers betrekken bij het inrichten van de eigen werksituatie en bij het bepalen van het beleid binnen de instelling.
    • Voorwaarden scheppen voor de ontplooiing van werknemers.
    • Het binnen de mogelijkheden van de instelling scheppen van goede materiële voorzieningen voor de werknemers volgens maatschappelijk verantwoorde, voor iedereen inzichtelijke, zo objectief mogelijke criteria.
    • Daar waar opleidingen worden gegeven in de organisatie, een zodanige leer- en werksituatie met de daarmede samenhangende referentiekaders scheppen, dat beide facetten tot hun recht komen.

Uitgangspunten

    • De structuur en dynamiek van de organisatie dienen kenbaar en bespreekbaar te zijn binnen de instelling.
    • Informatie en communicatie zijn van groot belang, temeer omdat door de vele zelfstandig werkende afdelingen onderlinge uitwisseling van informatie vaak moeilijk is.
    • Bij de vormgeving en uitvoering van het sociaal beleid dient de medezeggenschap van de werknemers te worden bevorderd, opdat deze invloed kunnen uitoefenen op het uitwerken en realiseren van de doelstellingen van het totale beleid.
    • De spreiding van verantwoordelijkheden en bevoegdheden zal erop gericht zijn dat allen die binnen de instelling werkzaam zijn op zinvolle wijze gestalte kunnen geven aan de uitoefening van hun functie.
    • Het beleid zal zoveel mogelijk bevorderen dat een voor betrokkenen aanvaardbaar evenwicht geschapen wordt tussen de door de organisatie aan de arbeid te stellen eisen en de mogelijkheden, wensen, veiligheid en gezondheid van de werknemers.
    • Opleidings- en vormingsmogelijkheden, mede gericht op de attitudevorming en relatie- vaardigheid, zijn belangrijk omdat zij dikwijls een integrerend onderdeel vormen van andere ontwikkelingen.
    • Het beleid ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden beoogt de arbeidsverhouding, zowel wat betreft de regels als de uitvoering, aan algemene beginselen van rechtvaardigheid, rechtszekerheid en doelmatigheid te doen beantwoorden.

Aandachtsgebied personeelsplanning

De opbouw en de omvang van het personeelsbestand zal gebaseerd worden op een adequate planning. Voor de vaststelling van het werknemersbestand dient te worden gekomen tot een formatie plaatsenplan (fpp). Bij de realisering van het fpp wordt uitgegaan van de te leveren zorg en de bedrijfseconomische context, waarbij de effecten van wettelijke regelingen en

cao-bepalingen mede uitgangspunt te zijn. De personeelsplanning anticipeert op de te verwachten ontwikkelingen van de instelling. Daarbij zal rekening worden gehouden met de loopbaanplanning en de opvang van de invloeden, die gewijzigde eisen aan opbouw, deskundigheid en omvang van het personeelsbestand stellen.

Aandachtsgebied personeelsvoorziening

    • Deeltijdarbeid:

De werkgever voert een stimulerend beleid ten aanzien van deeltijdarbeid, ook voor hogere en leidinggevende functies.

    • Werving en selectie:

De werkgever sluit aan bij de bepalingen van de door de NVP opgestelde sollicitatiecode, welke verkrijgbaar is bij de NVP, postbus 70, 3430 AB te Nieuwegein.

    • Introductie:

Een goede introductie, bijvoorbeeld met behulp van een introductieboekje of introductiedagen, moet ertoe leiden dat de medewerker zo vroeg mogelijk vertrouwd raakt met de organisatie en zijn plaats daarin.

    • Dossiervorming:

De instelling dient regels vast te stellen met betrekking tot de samenstelling, de bewaring, het gebruik en de inzage van dossiers van werknemers.

    • Beëindiging dienstverband:

Bij het beëindigen van het dienstverband zal rekening gehouden dienen te worden met de sociale gevolgen voor de werknemer. In het bijzonder zal tijdig aandacht dienen te worden besteed aan de begeleiding van werknemers die een beëindiging van hun dienstverband tegemoet gaan op grond van arbeidsongeschiktheid en (vervroegde) pensionering.

Aandachtsgebied loopbaanontwikkeling

Het beleid van de instelling is erop gericht om, gebaseerd op het formatieplaatsenplan, iedere werknemer de gelegenheid te geven overeenkomstig eigen capaciteit, mogelijkheden en ambities een optimale bijdrage te leveren aan het functioneren van de instelling.

Belangrijke instrumenten kunnen hierbij zijn het resultaat van een belangstellingsonderzoek, zoals dat bijvoorbeeld uit de personeelsbeoordeling naar voren kan komen en het bevorderen van interne sollicitatie bij vacatures.

Aandachtspunt hierbij is het wegnemen van belemmeringen die het doorstromen van vrouwen naar hogere functies bemoeilijken.

Aandachtsgebied kwaliteit

Teneinde de kwaliteit en de professionele ontwikkeling van de verpleegkundige zorg te verbeteren, bevelen cao-partijen aan dat op instellingsniveau wordt voorzien in een adequate vorm van advisering vanuit de verpleging door de realisering van een Verpleegkundige Adviesraad (VAR).

Aandachtsgebied werklastbeheersing

Een systeem van werklastbeheersing maakt deel uit van het door de instelling te voeren beleid ten aanzien van de zorgverlening met als doel afstemming van zorgvraag en zorgaanbod.

Aandachtsgebied in- en externe beroepsopleiding, her- en bijscholing

Het beleid bevat alle activiteiten die voortvloeien uit beroepsopleidingen, her- en bijscholing, welke gericht zijn op het verkrijgen van respectievelijk instandhouden van kennis, inzicht en (sociale) vaardigheid, benodigd voor een goede taakvervulling.

Het beleid van de instelling dient erop gericht te zijn dat bevorderende maatregelen worden genomen om werknemers in de gelegenheid te stellen om beroepsopleidingen, her- en bijscholing te volgen, voor zover nodig ook waar deze extern worden gegeven.

Daar waar een inservice-opleiding wordt gegeven in de instelling en daar waar de instelling het praktijkdeel van een duale opleiding verzorgt, dienen een zodanige onderwijsleersituatie en werksituatie met de daarmede samenhangende referentiekaders te worden geschapen dat de beide facetten van het leerling/werknemer zijn tot hun recht kunnen komen.

Ten aanzien van stagiaires dient de instelling zich te realiseren dat de stagiair boventallig is en zijn aanwezigheid ten doel heeft te leren. Dat wil zeggen dat participatie in het arbeidsproces pas dan verantwoord is als dat gebeurt op basis van leerdoelen. De instelling draagt er zorg voor dat de praktijkbegeleiding volgens de samenwerkingsovereenkomst wordt gerealiseerd.

Aandachtsgebied vorming, management- en kaderopleidingen

Aan bovengenoemde leerprocessen zal doorgaans verbonden moeten zijn, dat het operationeel maken van de opgedane leerervaring in de werksituatie begeleid wordt. Het beleid van de instelling dient erop gericht te zijn werknemers in de gelegenheid te stellen zich ten aanzien hiervan te ontwikkelen.

Naast het belang voor de werknemer, kan het in de instelling bijdragen aan de beïnvloeding van de wijze van leidinggeven, de wijze van invoering van functiewaardering, de wijze van toepassing van beoordelingssystemen, werkoverleg en relatievorming tussen patiënten/familie en werknemers.

Aandachtsgebied veranderingsprocessen

Veranderingsprocessen worden veelal ingeleid door ontwikkelingen welke zich in de maatschappij voordoen en worden daardoor beïnvloed. Binnen het sociaal beleid vereisen deze processen goede begeleiding.

Aandachtspunten daarbij zijn goede arbeidsverhoudingen en een doelmatige organisatie.

Aandachtsgebied werkoverleg

Het beleid van de instelling is erop gericht mede door middel van werkoverleg de mogelijkheden te vergroten voor alle werknemers zich meer en sterker bij hun werk betrokken te voelen.

Onder werkoverleg wordt met name verstaan: open overleg binnen afdelingsgebonden groepen van medewerkers en niet overleg op individuele basis. In beginsel behoren alle werknemers

deel te (kunnen) nemen aan werkoverleg. Daarmee komen dus de werknemers als groep, en de groepsprocessen die zich daarbij voordoen, in de aandacht te staan.

Bij werkoverleg gaat het om regelmatig en integraal geregeld overleg, niet over een incidentele en willekeurige activiteit.

Werkoverleg is niet vrijblijvend: eenmaal ingevoerd kan het niet zonder meer, naar believen van de leiding, worden afgeschaft.

Werkoverleg houdt in dat binnen de desbetreffende afdelingsgebonden groepen de werknemers deelnemen in en invloed uitoefenen op het beleid onder meer betreffende:

  • De structuur van het werk: werkverdeling, werkorganisatie, werkmethoden en outillage, afdelingstaken zoals:
    • de inhoud van de totale te verrichten taak alsmede van alle onderdelen daarvan;
    • de wijze waarop deze taak, respectievelijk taken word(t)en verricht;
    • het geven van leiding binnen de werkeenheid;
    • het toekennen van zo groot mogelijke directe verantwoordelijkheden aan eenieder.
  • De doelstellingen en de daarvan afgeleide normen: bezetting, opleiding, kosten, productie- normen.
  • Sociale verhoudingen: samenwerking, informatie en communicatie, delegatie.
  • Werkomstandigheden: fysieke voorwaarden als temperatuur, verlichting en veiligheid.
  • De werkwijze in relatie tot de resultaten daarvan.

Aandachtsgebied ondernemingsraad

De ondernemingsraad is een (zelfstandig) orgaan van overleg, advies, informatie en communicatie binnen een instelling. De raad heeft tot taak het optimaal functioneren van de instelling in al haar doelstellingen te bevorderen door:

  • het voeren van overleg met de leiding van de instellingen;
  • het vertegenwoordigen van werknemers.

Hij zal bij de vervulling van deze taak zich in sterke mate laten leiden door de belangen en opvattingen van werknemers en zal deze belangen en opvattingen op basis van de hem bij wet, cao of anderszins gegeven bevoegdheden optimaal in het beleid van bestuur en directie van de instelling doen doorklinken.

Daartoe dient met name ook in de overlegvergaderingen een goed klimaat te worden geschapen en gehandhaafd, zodat zowel de ondernemingsraad als de leiding van de instelling kunnen komen tot een juiste afweging van alle betrokken belangen, ook die van de patiënt.

Aandachtsgebied informatie/communicatie

De instelling zorgt voor een goede algemene voorlichting over de organisatie en de werkwijze ervan en ten aanzien van organisatorische en sociale zaken ook voor zover deze niet tot het specifieke terrein van een dienst behoren.

Gestructureerde afspraken, zowel horizontaal als verticaal, alsmede goede en snelle informatie langs korte en open communicatielijnen, nodig voor het volwaardig functioneren van mensen in een samenwerkingsverband, dienen te worden bevorderd.

Tevens bevordert de instelling de noodzakelijke informatie en communicatie die nodig zijn voor het goed functioneren van de werknemer binnen zijn afdeling.

Aandachtsgebied gezondheid

De instelling draagt zorg voor het scheppen en instandhouden van arbeidsomstandigheden die een gezond leef- en werkklimaat waarborgen.

Daarbij zal ook aandacht worden geschonken aan bedrijfsgeneeskundige aspecten, onder meer bij aanstelling, in het kader van periodiek geneeskundig onderzoek, met het oog op beroeps-en andere ziekten alsmede aan arbeidshygiënische en ergonomische facetten en de relatie van deze tot de gezondheid van de werknemer, zowel collectief als individueel.

Aandachtsgebied individuele werknemer

Het beleid van de instelling zal zich ook in preventieve zin richten op het bevorderen van het welzijn en het goed functioneren van de individuele werknemer.

Daarbij zal bijzondere aandacht worden geschonken aan werknemers die met name in de relationele sfeer bekneld dreigen te raken.

De werkgever zal op verzoek van de ondernemingsraad maatregelen treffen ter voorkoming van ongewenste intimiteiten en een regeling treffen waarmede wordt voorzien in een zorgvuldige behandeling van klachten inzake ongewenste intimiteiten.

Aandachtsgebied gezond roosteren

Bij het opstellen van dienstroosters wordt gestreefd naar mogelijkheden voor voldoende herstel tijdens en na het werk en naar efficiënte bedrijfsvoering. Om aan deze doelen optimaal invulling te geven, zal de werkgever dienstroosters volgens de WHAW-methodiek invoeren.

Bijlage B: Overzicht Normen Arbeidstijdenwet (Atw) en Arbeidstijdenbesluit (Atb)

De Arbeidstijdenwet (Atw) is van toepassing op alle personen die onder het gezag van de werkgever arbeid verrichten (werknemer, leerlingen, stagiaires).

De Atw en het Arbeidstijdenbesluit (Atb) zijn deels niet van toepassing op de werknemer die meer dan drie maal het minimumloon verdient, tenzij hij arbeid in nachtdienst verricht of arbeid waaraan ernstige gevaren voor de veiligheid of de gezondheid van personen zijn verbonden, in welk geval de Atwonverkort van toepassing is. Daarnaast is ook de medisch specialist deels uitgezonderd. Voor beide voornoemde uitzonderingen zijn de artikelen 4:2 en 4:3 (de mededeling en registratie),hoofdstuk 5 (arbeids- en rusttijden) en hoofdstuk 6 (medezeggenschapsaspecten) van de Atw niet van toepassing.

Tijdens de zwangerschap en na de bevalling gelden striktere normen (artikelen 4:5 t/m 4:9 Atw).

In dit schema zijn alleen de normen voor werknemers van 18 jaar en ouder opgenomen. Voor werknemers jonger dan 18 jaar gelden striktere regels.

Zondagsarbeid

 

 

1

 

2

*) Indien de aard van de arbeid of de bedrijfsomstandigheden dit met zich meebrengen.

 

3

 

 

4

*) Indien de aard van de arbeid of de bedrijfsomstandigheden dit met zich meebrengen.

 

 

5

 

6

 

 

Aanvullende regels bij aanwezigheidsdienst
 

7
 

*)Indien de aard van de arbeid het noodzakelijk maakt dat de arbeid regelmatig of voor een aanzienlijk deel in een aanwezigheidsdienst wordt verricht en dit door het op een andere wijze organiseren van de arbeid redelijkerwijs niet is te voorkomen.

**)Toepassing van deze inkorting is alleen in uitzonderlijke gevallen toegestaan, namelijk uitsluitend als de aard van de arbeid of de bedrijfsomstandigheden dat objectief rechtvaardigen.

Aanvullende regels bij cumulatie van bijzondere diensten

 

8

Bijlage C: Protocol FunctieWaardering Gezondheidszorg

1. Algemeen
 

Artikel 1.1 Definities

In deze bijlage wordt verstaan onder:

  • FWG® : het computerondersteunde functiewaarderingsysteem als bedoeld in artikel 7.1.2 van de cao.
  • IBC           : de Interne Bezwaren Commissie FWG® als bedoeld in artikel 3.1 van deze bijlage.
  • LCFH       : de Landelijke Commissie FWG® Herindeling als bedoeld in artikel 4.1 van deze bijlage.

Artikel 1.2 Uitgangspunten beschrijving en indeling met FWG®

  1. Basis voor beschrijving en indeling van een functie is de daadwerkelijk uitgeoefende functie, vastgelegd in een functiebeschrijving die voldoet aan de door cao-partijen vastgestelde kwaliteitseisen. Deze zijn opgenomen in Bijlage E van de Cao Ziekenhuizen 1999-2001. De belangrijkste eisen zijn:
    • Actueel: een korte en heldere weergave van de lokale actuele (IST) situatie.
    • Daadwerkelijk uitgeoefende functie: een goed beeld van de op het moment van beschrijven binnen het organisatiedeel uitgeoefende functie.
    • Herkenbaar: het is van belang dat voor de betreffende functie kenmerkende zaken op een herkenbare manier zijn beschreven.
    • Toelichting per gezichtspunt: voor de niveaubepaling is het noodzakelijk dat per gezichtspunt relevante zaken zijn toegelicht.
  2. Binnen de kwaliteitseisen is de werkgever vrij een wijze van functiebeschrijven te kiezen, die aansluit bij de instellingsvoorkeuren en -wensen. Een functie kan zowel taak als resultaatgericht worden beschreven.
  3. Indeling van de functie vindt plaats met behulp van het FWG®-systeem, op basis van de vastgestelde functiebeschrijving.
  4. De werkgever geeft aan wie binnen de instelling bevoegd is tot het beheer van de FWG® instellingsbestanden (systeemdeskundige) en tot het maken van een indelingsvoorstel met het FWG®-systeem (indelers). De werkgever waarborgt een juiste systeemtoepassing en draagt zorg voor adequate opleiding en training van FWG®-systeem-deskundigen, indelers en IBC leden.

2. Beschrijven en Indelen van een functie
 

Artikel 2.1 Aanleidingen voor verandering van de functiebeschrijving en/of indeling

  1. De werknemer heeft een arbeidsovereenkomst en als onderdeel daarvan een actuele functiebeschrijving.
  2. Bij veranderingen in de organisatie of in een functie kunnen zich de volgende situaties voordoen:
    1. De actuele functie-inhoud (de daadwerkelijk uitgeoefende functie) sluit niet meer aan bij de laatste vastgestelde functiebeschrijving (zie procedure herbeschrijving, artikel 2.4).
    2. De werkgever besluit, na advies van de ondernemingsraad, tot aanpassing van de organisatiestructuur en deze wijziging heeft gevolgen voor de inhoud van reeds beschreven en ingedeelde functies (zie procedure herbeschrijving, artikel 2.4).
    3. De werkgever besluit, na overleg met de ondernemingsraad, de bestaande functies op andere wijze te beschrijven, zoals van taak- naar resultaat-gericht (zie: artikel 1.2 lid 2) (zie procedure herbeschrijving, artikel 2.4).
    4. Er is sprake van een wezenlijke verandering van de functie-inhoud, zodanig dat dit kan leiden tot indeling in een andere functiegroep (zie procedure herindeling, artikel 2.6).
    5. Er zijn wijzigingen van en/of aanvullingen op voor indeling van de betreffende functie relevante ijkfuncties en kaderteksten in het FWG®-systeem, zodanig dat dit kan leiden tot indeling in een andere functiegroep (zie procedure herindeling, artikel 2.6).
    6. De werkgever wil een nieuwe functie instellen (zie procedure nieuwe functie, artikel 2.2).

Artikel 2.2 Werkwijze bij instellen van een nieuwe functie

  1. De werkgever kan een nieuwe functie instellen. Een nieuwe functie is een functie die qua inhoud en functie-eisen niet overeenkomt met een binnen de instelling reeds beschreven en ingedeelde functie en waarvoor het niet mogelijk is de daadwerkelijk uitgeoefende functie als basis te nemen voor de beschrijving.
  2. De werkgever stelt een functiebeschrijving op en neemt een voorlopig besluit met betrekking tot de vaststelling van de nieuwe functie. De voorlopige beschrijving en voorlopige indeling van de functie wordt gelijktijdig schriftelijk aan de werknemer aangeboden.
  3. De werknemer kan zes maanden na het aanbieden van de voorlopige beschrijving en indeling, een schriftelijk en gemotiveerd verzoek tot herbeschrijving of herindeling indienen. De werkgever informeert de werknemer over deze mogelijkheid.
  4. De werkgever start binnen drie maanden na een verzoek de procedure herbeschrijving (artikel 2.4) of de procedure herindeling (artikel 2.6).
  5. Als de werknemer binnen drie maanden na het verstrijken van de zes maanden in lid 3 geen verzoek tot herbeschrijving of herindeling indient, wordt het besluit definitief per datum voorlopig besluit.

Artikel 2.3 Opstellen van een functiebeschrijving

  1. De onderstaande procedure is van toepassing als de werkgever een functie (opnieuw) gaat beschrijven, zoals bij een nieuwe functie, een herbeschrijving van een reeds bestaande functie of als start van de herindeling van een functie.
  2. De werkgever stelt een functiebeschrijving op, neemt een voorlopig besluit ter vaststelling van de functiebeschrijving en legt dit besluit schriftelijk aan de werknemer voor.
  3. De werknemer kan binnen 30 dagen bezwaar maken tegen het voorlopig besluit als bedoeld in lid 2 (met uitzondering van een nieuwe functie, zoals beschreven in artikel 2.2).
  4. Het bezwaar dient schriftelijk en gemotiveerd bij de werkgever te worden ingediend. Bezwaar is mogelijk tegen de inhoud van de functiebeschrijving of omdat de functiebeschrijving niet voldoet aan de kwaliteitseisen. Als de werkgever het bezwaar niet overneemt, vraagt hij binnen 14 dagen na ontvangst een advies van de IBC.
  5. De IBC brengt het advies uit binnen 30 dagen.
  6. Binnen 30 dagen na ontvangst van het advies van de IBC neemt de werkgever een definitief en gemotiveerd besluit en stelt de functiebeschrijving vast. Hij informeert de werknemer hierover schriftelijk. Hiermee eindigt de interne procedure.
  7. Een eventueel resterend bezwaar tegen de functiebeschrijving, betreft de arbeidsovereenkomst (zie artikel 2.1). Een desbetreffend geschil kan aan de bevoegde rechter worden voorgelegd.
  8. Als de werknemer binnen 30 dagen na het voorlopig besluit geen bezwaar heeft gemaakt, wordt het besluit definitief per datum voorlopig besluit.

Artikel 2.4 Herbeschrijvingsprocedure

  1. De werkgever kan op eigen initiatief of op verzoek van de werknemer een herbeschrijvings- procedure starten, als sprake is van een situatie zoals genoemd in artikel 2.1 lid 2 sub a tot en met c.
  2. De herbeschrijvingsprocedure kan niet eerder aanvangen dan één jaar na de datum waarop de betreffende functiebeschrijving voor het laatst is vastgesteld (behoudens in het geval van een nieuwe functie zoals bedoeld in artikel 2.2).
  3. Bij het toepassen van de herbeschrijvingsprocedure kan sprake zijn van bijstellingen in (sub) scores op gezichtspunten voor zover de functieindeling ongewijzigd blijft.
  4. Het resultaat van een herbeschrijving is een actuele weergave van de daadwerkelijk uitgeoefende functie, beschreven op een door de instelling gekozen wijze (zie artikel 1.2).
  5. Als de werkgever het initiatief neemt tot een herbeschrijving, stelt hij een functiebeschrijving op, neemt een voorlopig besluit ter vaststelling van de functiebeschrijving en legt dit besluit schriftelijk aan de werknemer voor (zie artikel 2.3).
  6. Als de werknemer verzoekt om een herbeschrijving, neemt de werkgever binnen 3 maanden een voorlopig besluit terzake van het starten van een herbeschrijvingsprocedure en legt dit schriftelijk aan de werknemer voor.
  7. Als de werkgever instemt met het verzoek, start hij binnen 30 dagen na het voorlopig besluit de procedure ‘Opstellen van een functiebeschrijving’ (zie artikel 2.1).
  8. Tegen de afwijzing van het door de werknemer ingediende verzoek tot herbeschrijving kan de werknemer bezwaar maken bij de werkgever. Bezwaar is mogelijk tegen de inhoud van de functiebeschrijving of omdat de functiebeschrijving niet voldoet aan de kwaliteitseisen. Het bezwaar dient schriftelijk en met redenen omkleed bij de werkgever te worden ingediend, binnen 30 dagen na ontvangst van de afwijzing.
  9. Als de werkgever het bezwaar van de werknemer afwijst, dient de werkgever binnen 14 dagen na ontvangst een verzoek om advies in bij de IBC.
  10. De IBC brengt het advies uit binnen een termijn van 30 dagen.
  11. Binnen 30 dagen na ontvangst van het advies van de IBC neemt de werkgever een definitief en gemotiveerd besluit en informeert de werknemer hierover schriftelijk.
  12. Een eventueel resterend bezwaar tegen de functiebeschrijving, betreft de arbeidsovereenkomst (zie artikel 2.1). Een desbetreffend geschil kan aan de bevoegde rechter worden voorgelegd.
  13. In het geval de werknemer van mening is dat ten gevolge van de herbeschrijving de functie- inhoud en/of functie-eisen niet meer aansluiten bij de functie of het niveau zoals deze bij de laatste (her)indeling is vastgelegd, kan de werknemer een verzoek indienen voor het starten van de herindelingsprocedure (zie artikel 2.6).
  14. Als de werkgever het initiatief neemt om functies die in een duidelijke relatie staan tot een functie die wordt herbeschreven ook opnieuw te beschrijven, vraagt hij hierover vooraf advies van de ondernemingsraad.

Artikel 2.5 Waardering en indeling van functies

  1. Nadat de procedure in artikel 2.3 geheel is doorlopen en de functiebeschrijving definitief is vastgesteld, bepaalt de werkgever met behulp van het FWG® functiewaarderingsysteem de FWG-waardering en -indeling van de functie.
  2. Hierbij wordt, voor wat betreft de te doorlopen procedure, een onderscheid gemaakt naar indeling van nieuwe functies en herindeling van reeds ingedeelde functies.

Artikel 2.6 Herindelingsprocedure

  1. De werkgever kan op eigen initiatief of op verzoek van de werknemer een herindelingsprocedure starten als sprake is van een situatie zoals genoemd in artikel 2.1 lid d of e.
  2. De werkgever neemt een voorlopig besluit over het starten van een herindelingsprocedure en legt dit schriftelijk aan de werknemer voor.
  3. Tegen de afwijzing van een door de werknemer ingediend verzoek kan de werknemer bezwaar maken. Het bezwaar dient schriftelijk en met redenen omkleed bij de werkgever te worden ingediend, binnen 30 dagen na ontvangst van het voorlopig besluit.
  4. Als de werkgever het bezwaar van de werknemer afwijst, dient hij binnen 14 dagen na ontvangst een verzoek om advies in bij de IBC.
  5. De IBC brengt het advies uit binnen 30 dagen.
  6. Binnen 30 dagen na ontvangst van het advies van de IBCneemt de werkgever een definitief besluit met betrekking tot van het starten van een herindelingsprocedure en informeert de werknemer hierover schriftelijk.

Artikel 2.7 Waardering en indeling van de functie bij herindeling

  1. Wanneer de werkgever, op eigen initiatief of op verzoek van de werknemer, besluit een herindelings-procedure te starten wordt eerst de procedure Vaststellen functiebeschrijving (artikel 2.3) doorlopen.
  2. Vervolgens bepaalt de werkgever de waardering en indeling van de functie met behulp van het FWG®-systeem en binnen 30 dagen na het definitief besluit inzake de functiebeschrijving neemt hij een voorlopig besluit tot herindeling en legt dit besluit schriftelijk aan de werknemer voor.
  3. Als de werknemer niet instemt met het voorlopig besluit tot herindeling, kan hij bezwaar maken. Het bezwaar dient schriftelijk en met redenen omkleed bij de werkgever te worden ingediend binnen 30 dagen na ontvangst van het voorlopig besluit tot herindeling.
  4. Als de werkgever het bezwaar van de werknemer niet overneemt, dient hij binnen 14 dagen een verzoek om advies in bij de IBC.
  5. De IBC brengt het advies uit binnen 30 dagen.
  6. Binnen 30 dagen na ontvangst van het advies van de IBC neemt de werkgever een definitief en gemotiveerd besluit over de waardering en indeling van de functie en informeert de werknemer hierover schriftelijk.
  7. Als de werknemer niet instemt met het definitieve besluit van de werkgever kan hij binnen 60 dagen na de dag waarop dit besluit schriftelijk aan de werknemer bekend is gemaakt een schriftelijk, met redenen omkleed bezwaarschrift indienen bij de LCFH. De werkgever wijst de werknemer schriftelijk op deze mogelijkheid.
  8. De uitkomst van de herindelingsprocedure werkt terug tot het moment waarop tussen werkgever en werknemer overeenstemming bestaat over de functiebeschrijving.

Artikel 2.8 Afwijkende termijnen

In overleg met de ondernemingsraad kan van de voorgeschreven termijnen in artikel 2.3 lid 5; artikel 2.4 lid 10; artikel 2.6 lid 5; artikel 2.7 lid 5; artikel 3.4 lid 2 in positieve zin worden afgeweken.

3. Reglement Interne Bezwarencommissie FWG® (IBC)
 

Artikel 3.1 Instelling en Taak

  1. De werkgever stelt een Interne Bezwaren Commissie FWG®, hierna te noemen IBC in.
  2. De IBC heeft tot taak de werkgever te adviseren over:
    • de afwijzing van het door de werknemer ingediende verzoek tot herbeschrijving of herindeling (artikel 2.4 lid 8 en 9 of artikel 2.6 lid 3 en 4);
    • een bezwaar tegen het voorlopig besluit ter vaststelling van de functiebeschrijving (artikel 2.3 lid 3 en 4);
    • een bezwaar tegen een voorlopig herindelingsbesluit (artikel 2.6 lid 3 en 4).

Artikel 3.2 Samenstelling

  1. De IBC wordt gevormd door twee leden aan te wijzen door de werkgever en twee leden aan te wijzen door de ondernemingsraad en een door hen gezamenlijk aan te wijzen voorzitter. In de regel bestaat de IBC uit in de instelling werkzame personen. In overleg met de ondernemingsraad kan worden besloten externe leden aan te stellen.
  2. De werkgever kan in overleg met de ondernemingsraad nader invulling geven aan de samenstelling en omvang van de IBC.

Artikel 3.3 Werkwijze

  1. De IBC procedure start met een adviesaanvraag van de werkgever. De werkgever dient de adviesaanvraag in, voorzien van het bezwaarschrift van de werknemer en de gemotiveerde afwijzing.
  2. De IBC bevestigt zo spoedig mogelijk de ontvangst van de adviesaanvraag en stuurt een kopie naar de werknemer.
  3. De werkgever, respectievelijk de werknemer overlegt op verzoek van de IBC eventuele aanvullende documenten. Deze documenten worden tevens aan de andere partij gezonden.
  4. De IBC hoort de werknemer en de werkgever. De werknemer kan zich tijdens dit gesprek laten bijstaan door een derde. Het horen van partijen vindt bij voorkeur plaats in elkaars aanwezigheid.

Artikel 3.4 Advies

  1. De IBC geeft een voor partijen zwaarwegend advies:
    • als door de werknemer een bezwaarschrift is ingediend tegen het voorlopig besluit ter vaststelling van de functiebeschrijving of tegen het voorlopig herindelingsbesluit;
    • in geval van een bezwaar van een werknemer tegen de afwijzing door de werkgever op een verzoek om herindeling of herbeschrijving.
  2. Binnen 30 dagen na ontvangst van de adviesaanvraag, brengt de IBC schriftelijk een gemotiveerd advies uit aan de werkgever en zendt een kopie van dit advies aan de werknemer. In het advies worden ook de eventuele minderheidsstandpunten vermeld.

4. Reglement Landelijke Commissie FWG® Herindeling (LCFH)
 

Artikel 4.1 Taak

  1. De Landelijke Commissie FWG® Herindeling, hierna te noemen LCFH, heeft tot taak om, naar aanleiding van een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 2.7 lid 7, een oordeel te geven over de indeling van de functie voor zover er een geschil bestaat ten aanzien van de vraag of het FWG®-systeem goed is toegepast. De LCFH is bevoegd vast te stellen of is voldaan aan de kwaliteitseisen te stellen aan een functiebeschrijving. De inhoud van de functiebeschrijving wordt door de LCFH als vastgesteld beschouwd en wordt als zodanig niet getoetst.
  2. De LCFH kan het bezwaar alleen ontvankelijk verklaren als de indelings- en bezwaarprocedure binnen de instelling volledig is doorlopen en afgerond en als het bezwaar binnen de termijn als genoemd in artikel 2.7 lid 7 is ingediend.
  3. De LCFH geeft, in beginsel binnen 60 dagen nadat het bezwaar in behandeling is genomen, een zwaarwegend advies waarvan door de werkgever gemotiveerd kan worden afgeweken.
  4. De samenstelling, werkwijze en financiering van de LCFH is door cao-partijen vastgelegd in een reglement. Dit reglement wordt bij indiening van een bezwaarschrift aan partijen toegezonden.

Artikel 4.2 Formele voorwaarden voor behandeling van het bezwaarschrift

  1. De LCFH neemt een bezwaarschrift in behandeling als dat voorzien is van de naam en het adres van de indiener en een handtekening, en nadat de administratieve bijdrage (artikel 4.3) is ontvangen.
  2. Een bezwaarschrift dient onderbouwd te zijn met de volgende documenten:
    • de vastgestelde functiebeschrijving
    • het voorlopige indelingsbesluit van de werkgever (waardering + indeling)
    • het interne bezwaarschrift
    • het advies van de IBC
    • alle overige documenten met betrekking tot de IBC-procedure
    • het definitieve indelingsbesluit van de werkgever
  3. Als de benodigde documenten niet of niet volledig aanwezig zijn, wordt de werknemer in de gelegenheid gesteld om dit verzuim, binnen 30 dagen nadat daarom door de LCFH is gevraagd, te herstellen.
  4. Voor zover de werknemer niet over de documenten beschikt, worden deze bij de werkgever opgevraagd. Als de werkgever weigert de benodigde documenten te verstrekken of anderszins in gebreke blijft, neemt de LCFH een besluit over de verdere behandeling van het bezwaarschrift.
  5. Het bezwaarschrift wordt niet in behandeling genomen als:
    • het geschil zich uitstrekt over meer dan de vraag of het FWG-systeem goed is toegepast
    • het bezwaar niet ontvankelijk is
    • het bezwaar kennelijk ongegrond is

Artikel 4.3 Behandelkosten bezwaarschrift

  1. De werknemer voldoet bij het indienen van het bezwaarschrift een administratieve bijdrage van 150.
  2. De kosten van de behandeling van het bezwaarschrift worden door cao-partijen nader vastgesteld. Deze kosten kunnen vooraf worden opgevraagd bij de LCFH.
  3. In het geval de LCFH besluit partijen te horen, of advies van derden, zoals getuigen of deskundigen, in te winnen kan dit leiden tot hogere kosten. Hierover wordt vooraf met partijen contact opgenomen.
  4. De kosten worden na afloop van de behandeling van het bezwaarschrift in rekening gebracht bij de in de ongelijk gestelde partij. Als de werknemer in het ongelijk wordt gesteld bedragen de kosten een derde deel van de totale behandelkosten. Als de werknemer in het gelijk wordt gesteld, wordt de administratieve bijdrage aan de werknemer geretourneerd en wordt deze bij de werkgever in rekening gebracht.
  5. Als het bezwaarschrift niet in behandeling wordt genomen, of de gevraagde documenten of informatie niet binnen de genoemde termijn ter beschikking komt, wordt de administratieve bijdrage niet aan de werknemer gerestitueerd.
  6. Als het bezwaarschrift niet in behandeling wordt genomen ten gevolge van het in gebreke blijven van de werkgever vindt wel restitutie van de administratieve bijdrage aan de werknemer plaats.

Bijlage D: Generatiebeleid (vanaf 1 januari 2018)

  1. ​​​Werkgever en werknemer kunnen op wederzijdse vrijwillige basis afspraken maken om de arbeidsduur aan te passen aan de wensen en behoeften van zowel werknemer als de instelling.
  2. De afspraak Generatiebeleid staat open voor werknemers die op of na 1 januari 2018 en voor 1 januari 2023 zestig jaar of ouder zijn of worden. Wordt de toepassing van de regeling Generatiebeleid afgesproken dan kan de werknemer deelnemen tot het einde van zijn arbeidsovereenkomst.
  3. In het jaarlijkse overleg tussen de bestuurder en de regionale vakbondsvertegenwoordigers wordt de feitelijke en de te verwachten toepassing van de regeling Generatiebeleid in de organisatie besproken.
  4. De werknemer die gebruik maakt van de instellingsregeling Generatiebeleid krijgt een vrijstelling van een deel van het aantal overeengekomen uren conform de huidige arbeidsovereenkomst. Werkgever en werknemer stellen de omvang van de vrijstelling in overleg vast, waarbij het aantal werkuren minimaal gemiddeld 18 uur (50% van een voltijd dienstverband) bedraagt. Door het terugbrengen van de arbeidsduur wordt de opbouw van alle arbeidsvoorwaarden ‘in tijd’, zoals vakantie en PLB uren, eveneens teruggebracht naar het gekozen niveau.
  5. De uren die op deze manier binnen de organisatie vrijkomen worden herbezet, of de productie wordt aangepast, zodat er geen sprake is van werkdrukverhoging bij de werknemer die gebruik maakt van de instellingsregeling Generatiebeleid of bij andere werknemers.
  6. De werknemer dient, alvorens gebruik te kunnen maken van de instellingsregeling Generatiebeleid, eerst zijn PLB-uren volledig te hebben opgemaakt. Gedurende de periode dat de werknemer gebruik maakt van de regeling ontvangt hij jaarlijks 57 PLB-uren op basis van een 100% dienstverband. De extra uren die waren toegekend in de overgangsregeling (artikel 12.2.3 en 12.2 4 en 12.1.2 lid 4) komen te vervallen.
  7. Hoofdregel is dat tijdens de deelname aan de instellingsregeling Generatiebeleid, de pensioenopbouw op 100% van het oorspronkelijke contractsomvang wordt voortgezet. De werknemer mag ook kiezen voor een lagere pensioenopbouw, met als ondergrens het niveau waarop hij wordt uitbetaald. De pensioenpremieverdeling tussen werkgever en werknemer blijft 50%-50%.

Bijlage E: ReglementInterprestatiecommissie

Artikel 1 Taak

De Interpretatiecommissie heeft tot taak het uitleggen van artikelen van de cao tegen de achtergrond van de gevoerde onderhandelingen en de daarbij gebleken bedoeling van partijen.

Artikel 2 Samenstelling

  1. De Interpretatiecommissie bestaat uit acht leden en een gelijk aantal plaatsvervangende leden.
  2. De ene helft van de leden en de plaatsvervangende leden van de Interpretatiecommissie worden benoemd door partij ter ene zijde en de andere helft door partij ter andere zijde.

Artikel 3 Bevoegdheid

  1. De Interpretatiecommissie neemt kennis van alle zaken die haar terzake van nadere uitleg van de cao door één van de partijen schriftelijk worden voorgelegd en doet hierover uitspraak.
  2. De vergadering is gerechtigd tot het vaststellen van uitspraken, mits de gewone meerderheid van de leden aanwezig is.
  3. Indien blijkt dat de Interpretatiecommissie niet tot een uitspraak kan komen, verwijst zij de zaak naar partijen bij deze cao teneinde aldaar een voorziening te vragen.

Artikel 4 Werkwijze

  1. De in artikel 2 van dit reglement genoemde partijen wijzen beiden uit hun midden een voorzitter aan. De vergadering wordt geleid door de voorzitter van de andere partij dan de partij die de vraag heeft voorgelegd.
  2. Bij ontstentenis van de voorzitter aangewezen door de ene partij treedt de voorzitter aangewezen door de andere partij als zijn plaatsvervanger op.
  3. De voorzitter wordt voor de duur van de cao benoemd.
  4. Het secretariaat van de commissie wordt vervuld door één persoon, aangewezen door de NVZ vereniging van ziekenhuizen.

Artikel 5 Vergaderfrequentie

De Interpretatiecommissie vergadert zo dikwijls als beide voorzitters of vier leden dit vorderen en dient binnen veertien dagen daarna te worden gehouden.

Artikel 6 Termijnen

  1. De oproepingen voor de vergaderingen worden met de agenda ten minste zeven dagen, zon- en feestdagen niet meegerekend, tevoren aan de leden verzonden.
  2. In spoedeisende gevallen, zulks ter beoordeling van de beide voorzitters, kan de in lid 1 genoemde termijn worden bekort.

Artikel 7 Uitspraak interpretatiecommissie

De Interpretatiecommissie doet uitspraak zo spoedig mogelijk na kennisneming van de aan haar voorgelegde zaak, doch uiterlijk binnen drie maanden, tenzij artikel 7 lid 2 van toepassing is.

De Interpretatiecommissie is bevoegd deskundigen op te roepen of te horen.

De uitspraken van de Interpretatiecommissie kunnen, met inachtneming van de vertrouwelijkheid ten aanzien van persoon en instellingen, worden gepubliceerd.

Uitspraken van de interpretatiecommissie worden betrokken bij de vaststelling van de eerstvolgende cao.

Toelichting

Met betrekking tot de rechtskracht van de uitspraken van de Interpretatiecommissie zijn cao- partijen van oordeel dat, zoals een lid van een van die partijen gehouden is de cao na te komen, op gelijke wijze de verplichting bestaat de uitspraken van deze door diezelfde partijen ingestelde commissie na te komen. Het gaat immers om de uitleg die partijen aan bepalingen van de cao geven

Bijlage F Dispensatie Cao Ziekenhuizen

  1. Cao-partijen kunnen op verzoek van een werkgever (of groep van werkgevers), die partij is bij een andere rechtsgeldige cao, dispensatie verlenen van de toepassing van (bepalingen van) de Cao Ziekenhuizen. Cao-partijen geven hiermee uitvoering aan het advies van de Stichting van de Arbeid om dispensatie van een bedrijfstak-cao bij voorkeur zelf en transparant te regelen.
  2. Een verzoek tot dispensatie van (bepalingen van) de cao dient schriftelijk en gemotiveerd te worden ingediend bij het secretariaat van het Regulier Overleg Ziekenhuizen (ROZ) Postbus 9696, 3515 GA Utrecht.
  3. Een verzoek tot dispensatie van (bepalingen van) de Cao Ziekenhuizen kan worden ingediend door een werkgever (of groep van werkgevers) die partij is bij een andere rechtsgeldige cao en die meent dat toepassing van (bepalingen van) de Cao Ziekenhuizen, vanwege zwaarwegende argumenten, redelijkerwijs niet van de werkgever (of groep van werkgevers) gevergd kan worden.
  4. Het verzoek dient ten minste te bevatten:
    • de naam, functie en adres van de verzoeker;
    • de naam van de andere rechtsgeldige cao;
    • de loonsom van de organisatie van de andere rechtsgeldige cao
    • de loonsom van de instelling die onder de Cao Ziekenhuizen valt en waarvoor dispensatie wordt gevraagd;
    • het aantal werknemers waarvoor het verzoek geldt;
    • de motivering van het verzoek;
    • een nauwkeurige beschrijving van de aard en het bereik van het dispensatieverzoek;
    • de ondertekening door verzoeker;
    • de dagtekening;
    • indien aanwezig het toepassingsbesluit van deze cao.
  5. De verzoeker verschaft desgevraagd binnen een daartoe aangegeven termijn (aanvullende) gegevens en bescheiden, die voor de beoordeling van het verzoek nodig zijn. Een verzoek wordt in behandeling genomen nadat de verstrekte informatie voldoende is voor de beoordeling van het verzoek.
  6. Cao-partijen nemen in beginsel binnen 2 maanden na de datum van ontvangst van het complete dossier van het dispensatieverzoek een schriftelijk en gemotiveerd besluit.
  7. Het secretariaat van het ROZ zendt zo spoedig mogelijk de schriftelijke beslissing aan de verzoeker.

 

Bijlage G: Modelovereenkomsten

Model individuele arbeidsovereenkomst, behorende bij de Cao Ziekenhuizen

Ondergetekenden,

De Stichting/Vereniging ..............................................(1) gevestigd te..............................................  verder te noemen werkgever, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door.............................................. (2)

en

..............................................

wonende te .............................................. (adres)     

geboren .............................................. te ..............................................nationaliteit                            

verder te noemen werknemer, verklaren hierbij een arbeidsovereenkomst te hebben aangegaan onder de navolgende voorwaarden:

Artikel 1: Dienstverband

De werknemer treedt met ingang van.............................................. in dienst van de werkgever in de functie van.............................................., waarvoor

de volgende hoofdlijnen als omschrijving gelden:..............................................(3).

Artikel 2: Aard van de arbeidsovereenkomst

De arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd / voor bepaalde tijd tot..............................................(of op grond van..............................................) (4).

Artikel 3: Proeftijd

De eerste maand/eerste twee maanden na indiensttreding zal/zullen gelden als de wettelijke proeftijd als bedoeld in artikel 7:652 van het Burgerlijk Wetboek.............................................. (5).

Artikel 4: Arbeidsduur

De arbeidsduur is die behorend bij een volledige dagtaak als bedoeld in artikel 6.1 cao. Of

De arbeidsduur bedraagt.............................................. uren per jaar (gemiddeld..............................................per week)

Artikel 5 Salaris

Het salaris bij indiensttreding bedraagt op het niveau van..............................................(6) ..............................................

.............................................. bruto per maand volgens de salarisschaal, behorende bij FWG- functiegroep............................................... Dit salaris zal overeenkomstig artikel 7.1.7 worden gewijzigd. De eerste periodieke verhoging zal plaatsvinden op..............................................                      .

Artikel 6 Vakantie-uren

Het aantal vakantie-uren waarop de werknemer recht heeft, is..............................................(7) en bedraagt voor het lopende kalenderjaar ..............................................(8).

Artikel 7 Pensioen

De werkgever draagt zorg voor aanmelding bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn (9).

Artikel 8 Deelname ziektekostenregeling

De werknemer neemt wel/niet deel aan de collectieve ziektekostenregeling als bedoeld in artikel 3.3.1.

Artikel 9 Opzegging/tussentijdse opzegging*

De opzeggingstermijn bedraagt voor de werkgever..............................................maand(en) en voor de werknemer..............................................maand(en) (10).

Artikel 10 Geschillen

De beslechting van geschillen uit deze arbeidsovereenkomst vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1.3 cao door de kantonrechter/door het Scheidsgerecht Gezondheidszorg. De aanwijzing van genoemd Scheidsgerecht in de arbeidsovereenkomst met een werknemer die niet volgens de bepalingen van het Reglement van het Scheidsgerecht is aan te merken als een hogere functionaris, is nietig (11).

Artikel 11 Verhuizen

De werknemer zal wel/niet verhuizen naar het voor de instelling geldende woongebied (12). of

De werknemer is verplicht te verhuizen naar het woongebied. of

De werknemer is verplicht te verhuizen naar het woongebied en wel naar een zodanige plaats als voor vervulling van de functie vereist is.

Artikel 12 Professionele aangelegenheden

Op deze overeenkomst is van toepassing de regeling van professionele aangelegenheden als vervat in de bijlagen (13).

Artikel 13 Slotbepalingen

De collectieve arbeidsovereenkomst, zoals deze luidt of zal komen te luiden en de krachtens die cao vastgestelde arbeidsvoorwaarden, vormen met deze arbeidsovereenkomst één geheel.

Artikel 14

De werkgever stuurt per e-mail de hierna genoemde documenten aan de werknemer. De werknemer die niet over de benodigde apparatuur beschikt wordt door de werkgever inzage verschaft.

De werknemer verklaart door de werkgever in de gelegenheid te zijn gesteld om van de volgende documenten kennis te nemen:

  1. De  in artikel 13 bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst;
  2. Het pensioenreglement van Pensioenfonds Zorg en Welzijn;
  3. Het Reglement Ziektekostenregeling als bedoeld in artikel 3.3.1

en verklaart met de inhoud van bovenvermelde regelingen, voor zover op hem van toepassing, zoals zij luiden of zullen komen te luiden, akkoord te gaan.

Artikel 15

Arbeidsvoorwaarden die niet in de bepalingen van de cao zijn geregeld en die vóór de datum van inwerkingtreding van deze cao voor de werknemers golden, zijn de volgende:

1.   ..............................................                                                                                                    

2.   ..............................................                                                                                                    

Artikel 16

Regeling van aangelegenheden waarvoor de collectieve arbeidsovereenkomst geen bepalingen geeft en die werkgever en werknemer toch wensen te regelen (14).

Aldus overeengekomen en in tweevoud opgemaakt en ondertekend te..............................................  de .............................................. 20 .............................................. (werkgever) ..............................................(werknemer)..............................................(wettelijk vertegenwoordiger) (15)

* doorhalen wat niet van toepassing is

NB Op grond van artikel 7:655 BW heeft de werkgever de verplichting de werknemer schriftelijk opgave te verstrekken van de plaats of plaatsen waar de arbeid wordt verricht. Daarnaast is de werkgever verplicht de werknemer bij indiensttreding schriftelijk te informeren over de plaats van zijn functie binnen de instelling. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van een organogram van de instelling.

De schriftelijke informatie kan worden verstrekt in de modelarbeidsovereenkomst of in de aanbiedingsbrief.

Toelichting op de cijfers

  1. Naam van de rechtspersoon, zoals deze luidt volgens de statuten.
  2. Naam en functie van de betrokkene(n).
  3. Invullen de voornaamste werkzaamheden aan het uitoefenen van de functie verbonden.
  4. Invullen naar gelang er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of voor bepaalde tijd. Een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd wordt voortgezet met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, indien de formatieplaats wordt gerekend tot de vaste formatie van de instelling.
  5. De aandacht wordt erop gevestigd dat de hier bedoelde proeftijd facultatief is. De toegestane duur van de proeftijd is afhankelijk van de lengte van het dienstverband (artikel 7:652 BW) .
  6. Invullen de datum van de laatste salarismutatie (bijvoorbeeld per 1 januari 20..).
  7. Invullen het aantal vakantie-uren waarop de werknemer per kalenderjaar recht heeft.
  8. Bij indiensttreding vermelden op hoeveel uren de werknemer in de loop van het kalenderjaar nog aanspraak kan maken.
  9. Deze aanmelding vindt uiteraard eerst dan plaats wanneer de werknemer daarvoor in de termen valt.
  10. Bij het sluiten van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd wordt u geacht het woord “opzegging” te verwijderen. Het opnemen van een tussentijdse opzegmogelijkheid in contracten voor bepaalde tijd is facultatief.
  11. Volgens het Arbitragereglement Scheidsgerecht Gezondheidszorg is de kring van diegenen van wie geschillen door dit Scheidsgerecht beslecht kunnen worden beperkt.
  12. Zie artikel 11.4.2.
  13. In de bijlagen kunnen worden geregeld alle kwesties die de beroepsorganisaties noodzakelijk achten voor de uniforme regeling van het professioneel functioneren van een bepaalde beroepsgroep of ook de relatie tussen bepaalde beroepsgroepen. Hierbij dient de procedure volgens artikel 3.2.11 lid 1 te worden gevolgd. Zolang de bekrachtiging als daar bedoeld nog niet heeft plaatsgevonden, kunnen bestaande regelingen terzake worden opgenomen in artikel 16 van de arbeidsovereenkomst.
  14. Bedoeld is dat eventueel in de instelling van toepassing zijnde regelingen, dan wel tussen werkgever en werknemer getroffen regelingen op deze plaats kunnen worden opgenomen.
  15. Krachtens artikel 7:612 BW is een minderjarige die de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, bekwaam tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst.

Model leerovereenkomst beroepsvoorbereidende periode, behorende bij de Cao Ziekenhuizen

Ondergetekenden,

De Stichting/Vereniging.............................................. gevestigd te..............................................

(adres).............................................., verder te noemen ‘de instelling’, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door                                                                               

en..............................................wonende te..............................................(adres)             

geboren..............................................te..............................................nationaliteit                                                                                   

verder te noemen ‘de leerling’, verklaren een leerovereenkomst te hebben aangegaan onder de navolgende voorwaarden:

Artikel 1

De leerling wordt toegelaten tot de opleiding..............................................met ingang van..............................................                               .

Artikel 2

De leerovereenkomst wordt geacht te zijn aangegaan voor de duur van de beroeps- voorbereidende periode.

De duur van deze periode bedraagt..............................................weken/maanden.

Artikel 3

De leerling verbindt zich de opleiding gedurende deze periode te volgen, terwijl de instelling zich verplicht deze opleiding te geven of te doen geven met inachtneming van het bepaalde in de regeling met betrekking tot                                              .

Artikel 4

Gedurende de beroepsvoorbereidende periode ontvangt de leerling conform artikel 7.2.2 een vergoeding van ..............................................per maand. De aan het opleidingsinstituut te betalen lesgelden tijdens deze periode komen voor rekening van de instelling. Leermiddelen worden in bruikleen verstrekt (1).

Artikel 5

Indien de leerling voldoet aan de door de instelling en/of opleidingsinstituut gestelde opleidingseisen in de in artikel 2 genoemde beroepsvoorbereidende periode, zal een leer-/ arbeidsovereenkomst  worden  aangegaan (2).

Artikel 6

Geschillen terzake van de opleiding worden, nadat eerst binnen dertig dagen na het optreden van een geschil volgens artikel 3.1.3 kennis is gegeven dat er een geschil is, binnen dertig dagen na kennisgeving schriftelijk voorgelegd aan een commissie van drie personen, een en ander voor zover de terzake van toepassing zijnde opleidingsregelingen een dergelijke toetsing toelaten.

Instelling en leerling wijzen binnen dertig dagen ieder een deskundige aan in deze commissie, waarna in onderling overleg door deze twee deskundigen een derde persoon als voorzitter wordt aangewezen. De aldus aangewezen commissie doet zo mogelijk binnen dertig dagen een voor partijen bindende uitspraak (3).

of

Ten aanzien van de regeling van geschillen ter zake van de duale opleiding tot verpleegkundige (kwalificatieniveau 4 en 5) en de duale opleiding tot verzorgende-IG is het bepaalde in de onderwijsovereenkomst/opleidingsovereenkomst tussen onderwijsinstelling en leerling van toepassing.

Artikel 7

De leerling verklaart te hebben ontvangen:

  • een door beide partijen ondertekend afschrift van deze leerovereenkomst;
  • van het opleidingsinstituut een ondertekende onderwijsovereenkomst/opleidings- overeenkomst (4);
  • een opleidingsreglement inservice-opleidingen;
  • een beroepspraktijkvormingsovereenkomst ten behoeve van de praktijkvorming in de beroepsvoorbereidende periode (5).

Artikel 8

De leerovereenkomst wordt beëindigd:

  • door opzegging door de leerling;
  • bij blijvende arbeidsongeschiktheid van de leerling;
  • bij gebleken ongeschiktheid voor het beroep van                                              .

Regeling van bijzondere bedingen

Aldus overeengekomen en in drievoud opgemaakt en ondertekend te.............................................. de..............................................20..............................................           

(namens het opleidingsinstituut) .............................................. (de leerling)..............................................(namens de praktijkinstelling)            

Op grond van artikel 1:234 van het Burgerlijk Wetboek dient voor het aangaan van een leerovereenkomst met een minderjarige (jonger dan achttien jaar) leerling, zijn of haar wettelijke vertegenwoordiger schriftelijk toestemming te geven.

Toelichting op de cijfers

  1. Onder leermiddelen wordt verstaan hulpmiddelen bij de studie, zoals bijvoorbeeld boeken, schriften, schrijfmateriaal en dergelijke, dienend ter ondersteuning van de opleiding. Met betrekking tot de wijze waarop de betaling van lesgeld zal geschieden, moet geregeld worden of een vergoeding aan de leerling of een door de instelling directe betaling aan het opleidingsinstituut wordt gedaan.
  2. De instellingen kunnen conform artikel 3.1.2 cao na de beroepsvoorbereidende periode met de leerlingen een leer-/arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd aangaan.
  3. Onder de woorden ‘geschillen ter zake van de opleiding’ dienen te worden verstaan geschillen ten aanzien van de vraag of de leerling aan de opleidingseisen voldoet, waarbij de beoordeling van de praktische werkzaamheden geacht wordt deel uit te maken van de opleidingsbeoordeling.
  4. Voor (duale) opleidingen vallend onder de werkingssfeer van de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB) geldt dat leerlingen bij een opleidingsinstituut zijn ingeschreven op grondslag van een onderwijsovereenkomst, waarin de rechten en plichten van beide partijen worden geregeld.
  5. Voor (duale) opleidingen vallend onder de werkingssfeer van de WEB geldt dat de perioden ten behoeve van de beroepspraktijkvorming deel uitmaken van een overeenkomst tussen het onderwijsinstituut, de leerling en de zorginstelling. Deze overeenkomst wordt mede ondertekend door het landelijk orgaan (OVDB), vanwege de opleidingserkenning van de instelling.

 

Model individuele leer-/arbeidsovereenkomst behorende bij de Cao Ziekenhuizen(1)

Ondergetekenden,..............................................

De Stichting/Vereniging ..............................................gevestigd te..............................................                        

(adres).............................................. , verder te noemen ‘de instelling’, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door..............................................                                                                                           

en

..............................................

wonende te.............................................. (adres)

geboren.............................................. te..............................................nationaliteit                                                                                   

verder te noemen werknemer, verklaren hierbij een leer-/arbeidsovereenkomst onder de volgende voorwaarden te hebben aangegaan:

Artikel 1: Dienstverband

De werknemer treedt met ingang van ……………..in dienst van de werkgever.

Artikel 2: Verplichting werkgever en werknemer

Werkgever verplicht zich werknemer op te leiden of te doen opleiden tot..............................................terwijl werknemer zich verplicht om de in het kader van de opleiding gegeven opdrachten uit te voeren, met inachtneming van de eigen verantwoordelijkheid. Een en ander met inachtneming van de bepalingen van het opleidingsreglement of opleidingsovereenkomst voor de opleiding zoals dit/deze luidt of zal komen te luiden en dat/deze met deze arbeidsovereenkomst één geheel vormt.

Artikel 3: Aard van de overeenkomst

De overeenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde tijd (2) / voor bepaalde tijd tot..............................................(of op grond van    ).

Artikel 4: Proeftijd

De eerste maand/eerste twee maanden na indiensttreding zal/zullen gelden als de wettelijke proeftijd als bedoeld in artikel 7:652 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 5: Arbeidsduur

De arbeidsduur bedraagt..............................................uur per jaar (gemiddeld..............................................uur per week), te meten per praktijkleerjaar.

Of

De arbeidsduur bedraagt..............................................uur per jaar (gemiddeld..............................................uur per week), te meten over de opleidingsperiode(3).

Artikel 6: Salaris

Het salaris bij indiensttreding bedraagt op het niveau van                                     

..............................................bruto per maand, volgens de schaal voor..............................................opgenomen in hoofdstuk 7 Salariëring. Dit salaris zal na elk jaar dat de opleiding heeft geduurd worden verhoogd. De eerste periodieke verhoging zal plaatsvinden 12 maanden na indiensttreding en wel op                   (4).

Artikel 7: Vakantie-uren

Het aantal vakantie-uren waarop de werknemer recht heeft, is..............................................en bedraagt voor het lopende kalenderjaar      .

Artikel 8: Pensioen

De werkgever draagt zorg voor aanmelding bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn (5).

Artikel 9: Deelname ziektekostenregeling

De werknemer neem wel/niet deel aan de Collectieve Ziektekostenregeling als bedoeld in artikel

3.3.1 van de cao.

Artikel 10: Opzegging/tussentijdse opzegging

De opzegtermijn bedraagt voor de werkgever..............................................maand(en) en voor de werknemer..............................................maand(en) (6).

Artikel 11: Geschillen

  1. De beslechting van geschillen voortvloeiend uit deze overeenkomst vindt, met inachtneming van het in lid 2 van dit artikel bepaalde, plaats overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1.3 van de Collectieve Arbeidsovereenkomst door de kantonrechter.
  2. Geschillen terzake van de opleiding worden, nadat eerst binnen dertig dagen na het optreden van een geschil kennis is gegeven dat er een geschil is, binnen dertig dagen na kennisgeving schriftelijk voorgelegd aan een commissie van drie personen een en ander voor zover de terzake van toepassing zijnde opleidingsregelingen een dergelijke toetsing toelaten. Instelling en leerling wijzen binnen dertig dagen ieder een deskundige aan in deze commissie, waarna in onderling overleg door deze twee deskundigen een derde persoon als voorzitter wordt aangewezen. De aldus aangewezen commissie doet zo mogelijk binnen dertig dagen een voor partijen bindende uitspraak. (7)

of

Ten aanzien van de regeling van geschillen ter zake van de duale opleiding tot verpleegkundige (kwalificatieniveau 4 en 5) en de duale opleiding tot verzorgende- IG is het bepaalde in de onderwijsovereenkomst/opleidingsovereenkomst tussen het onderwijsinstituut en de leerling van toepassing.

Artikel 12: De opleidingskosten

De tijdens de opleidingsduur te betalen les-/collegegelden komen voor rekening van de werkgever.

Artikel 13: Verhuizen

De werknemer zal wel/niet verhuizen naar het voor de instelling geldende woongebied (8). of

De werknemer is verplicht te verhuizen naar het woongebied. of

De werknemer is verplicht te verhuizen naar het woongebied en wel naar een zodanige plaats als voor vervulling van de functie vereist is.

Artikel 14: Slotbepalingen

De collectieve arbeidsovereenkomst zoals deze luidt of zal komen te luiden en de krachtens die cao vastgestelde arbeidsvoorwaarden, vormen met deze leer-/arbeidsovereenkomst één geheel.

Artikel 15

De werkgever stuurt per e-mail de hierna genoemde digitale stukken aan de werknemer. De werknemer die niet over de benodigde apparatuur beschikt wordt door de werkgever inzage verschaft.

De werknemer verklaart door de werkgever in de gelegenheid te zijn gesteld om van de volgende documenten kennis te nemen:

  1. De in artikel 14 bedoelde collectieve arbeidsovereenkomst;
  2. Het pensioenreglement van Pensioenfonds Zorg en Welzijn;
  3. Het reglement Ziektekostenregeling als bedoeld in artikel 3.3.1 van de cao;
  4. Een opleidingsovereenkomst of een exemplaar van het opleidingsreglement en verklaart met de inhoud van bovenvermelde regelingen, voor zover op hem van toepassing, zoals zij luiden of zullen komen te luiden, akkoord te gaan.

Artikel 16                                  

Regeling van aangelegenheden, waarvoor de collectieve arbeidsovereenkomst geen bepalingen geeft en die werkgever en werknemer toch wensen te regelen.

Aldus overeengekomen en in tweevoud opgemaakt en ondertekend Te..............................................de..............................................20..............................................            

(werkgever).............................................. (werknemer)(9)..............................................                                      

Toelichting op de cijfers

  1. Dit model is niet van toepassing op artsen in opleiding tot specialist bij een vrijgevestigde specialist.
  2. Invullen naar gelang er sprake is van een overeenkomst voor onbepaalde tijd, dan wel bepaalde tijd.
  3. De arbeidsduur bedraagt voor een voltijd BBL-leerling en voor de leerling die de HBO-duale leerweg volgt maximaal 1878 uur per jaar (gemiddeld 36 uur per week).
  4. De mogelijkheid bestaat dat een praktijkleerjaar niet samenvalt met het “schooljaar” van het opleidingsinstituut. In dat geval zal het tijdstip van de verhoging van het salaris nader aangegeven moeten worden.
  5. Deze bepaling opnemen wanneer werknemer krachtens het reglement van dit pensioenfonds aangemeld dient te worden.
  6. Arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd eindigen van rechtswege door het verstrijken van de periode waarvoor zij zijn aangegaan en behoeven dan ook niet te worden opgezegd. In de arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd moet dan ook slechts dan een bepaling over opzegging worden opgenomen, als men deze overeenkomst tussentijds wenst te kunnen beëindigen. Bij het sluiten van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd wordt u geacht het woord “opzegging” te verwijderen.
  7. Onder de woorden “geschillen ter zake van de opleiding” dienen te worden verstaan geschillen ten aanzien van de vraag of de leerling aan de opleidingseisen voldoet, waarbij de beoordeling van de praktische werkzaamheden geacht wordt deel uit te maken van de opleidingsbeoordeling.
  8. Zie artikel 11.4.2.
  9. Krachtens artikel 7:612 van het BW is een minderjarige die de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, bekwaam tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst.

Opleidingsovereenkomst

In die gevallen waarin de opleider dan wel het opleidingsinstituut geen verplichtingen krachtens de cao kunnen worden opgelegd, verplicht de instelling zich te bevorderen dat tussen de instelling, de leerling en bedoelde opleider c.q. het opleidingsinstituut een opleidingsovereenkomst tot stand komt. Als zodanig worden aangemerkt:

  • de beroepspraktijkvormingsovereenkomst in het kader van de duale opleidingen tot verpleegkundige en verzorgende-IG, met inachtneming van de bepalingen in de Wet Educatie en Beroepsonderwijs en/of landelijke afspraken in de vorm van een modelregeling ten aanzien van de duale HBO-opleiding;
  • de modelregeling betreffende de relaties tussen de artsen in opleiding tot specialist, de specialist-opleider en het ziekenhuis in het kader van de opleiding tot medisch specialist.

In deze overeenkomst dienen bepalingen omtrent de navolgende onderwerpen te zijn opgenomen:

a. de verplichting van de opleider, dan wel de instelling om de leerling op te leiden;
b. de verplichting van de leerling om de - in het kader van de opleiding gegeven - opdrachten uit te voeren, met inachtneming van de eigen verantwoordelijkheid;
c. het begin en einde van de opleidingsovereenkomst;
d. de gronden en de wijze waarop de opleidingsovereenkomst kan worden beëindigd;
e. de geschillenregeling ter zake van de opleiding;
f. de bepaling dat de opleidingsovereenkomst niet in strijd kan zijn met de arbeidsovereenkomst;
g. de relatie tussen het beëindigen van de opleidingsovereenkomst en de arbeidsovereenkomst;
h. de regeling van de verantwoordelijkheid en de aansprakelijkheid van de leerling, zowel als van de opleider c.q. de instelling;
i. voor zover niet elders geregeld, de verhouding tussen arbeid en studie;
j. regeling van de kosten van de opleiding;
k. de bepaling dat wanneer een opleidingsovereenkomst is vastgesteld deze een integraal onderdeel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst.

Bijlage H: Protocol aanbevelingen ter verbetering van de arbeidsomstandigheden in ziekenhuizen en ter bestrijding van ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en werkdruk

Cao-partijen stellen vast dat:

    • goede arbeidsomstandigheden bijdragen aan de vermindering van gezondheidsschade, ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid alsmede aan een verbetering van de motivatie en productiviteit van werknemers;
    • de regelgeving met betrekking tot arbeidsomstandigheden werkgevers verplicht algemeen zorg te dragen voor de veiligheid, gezondheid en welzijn van werknemers;
    • de werknemer een eigen verantwoordelijkheid draagt terzake de eigen gezondheid;
    • op grond van de arbeidsomstandighedenwet verplichtingen zijn neergelegd bij zowel de werkgever, de werknemer als bij de deskundige diensten;
    • in de branche ziekenhuizen de aandacht voor arbeidsomstandigheden in zijn algemeenheid verdere versterking behoeft;
    • het ziekteverzuim en de uitstroom naar de WIA in de branche ziekenhuizen verminderd kan worden;
    • reductie van beheersbaar ziekteverzuim de continuïteit van de zorgverlening versterkt en kan bijdragen aan een verbetering van het imago voor de branche ziekenhuizen;
    • dat aan het systematisch verbeteren van de arbeidsomstandigheden in de branche ziekenhuizen blijvend en consequent gewerkt dient te worden;
    • goede samenwerking en structureel overleg tussen werkgever en ondernemingsraad van belang is voor het terugdringen van ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en werkdruk;
    • het beleid gericht op ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en werkdruk raakt aan het totale ondernemingsbeleid.

Algemeen

De Arbowet legt verplichtingen op aan werkgevers en aan werknemers. Voorts zijn er voorschriften voor samenwerking en overleg tussen werkgevers en werknemers en deskundige diensten. Cao-partijen formuleren in deze bijlage uitgangspunten en doen aanbevelingen om de samenwerking tussen werkgever, ondernemingsraad en deskundigen te bevorderen.

Uitgangspunten en aanbevelingen

  1. De instellingen passen de richtlijnen van de Arbo catalogus toe. Voor de onderwerpen die niet gemeld staan in de Arbo catalogus geldt de Arbowet.
  2. De Risico-inventarisatie en -evaluatie (RIE) is een belangrijk aspect van het arbobeleid. Een systematisch uitgevoerde RIE is noodzakelijk evenals een daarbij behorend plan van aanpak.
  3. Bijzondere aandacht in de RIE krijgt de aanpak van werkdruk, agressie, fysieke belasting en geweld.
  4. Belangrijk is dat een instelling eerst zijn eigen arbobeleid vaststelt en op basis daarvan doelstellingen formuleert. Tevens zal binnen de instelling, in lijn van de gewijzigde Arbowet, een preventiemedewerker worden aangewezen. Vervolgens kan worden bezien welke deskundigheid intern en externdaarbij wordt ingeschakeld. Dit geeft mogelijkheden om het arbobeleid beter te laten aansluiten op het instellingsbeleid.
  5. In het kader van het arbobeleid is het wenselijk te kunnen beschikken over:
    • een instrument voor verzuimmonitoring
    • een arbeidsgezondheidskundig spreekuur
    • periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek
    • werkplekonderzoek
    • Instrumenten voor werkdrukmeting
    • methoden voor werklastbeheersing
    • ziek- en herstelmeldingsprocedure
    • een re-integratiebeleid
    • een Arbo jaarplan
    • een Arbo coördinator
    • instrumenten ter bevordering van mentale en fysieke weerbaarheid
  6. Onderdeel van het verzuimbeleid is de kwantitatieve vaststelling van de omvang van het verzuim op de diverse niveaus van de onderneming. Overschrijding van deze normen moet in de visie van partijen tot extra beleid leiden.
  7. Werkgever en ondernemingsraad komen overeen welke maatregelen worden genomen indien de kwantitatieve omvang van het verzuim hoger ligt dan de in overleg tussen werkgever en ondernemingsraad gestelde doelen.
  8. De werkgever draagt zorg voor een adequate opvang van werknemers die een traumatische ervaring hebben gehad die verband houdt met de uitoefening van de functie. De werkgever ontwerpt daartoe een regeling in overleg met de ondernemingsraad.

Stichting Arbeidsmarkt Ziekenhuizen

Cao-partijen zullen activiteiten ontwikkelen ter bevordering van de invoering en uitvoering van de hiervoor genoemde aanbevelingen.

Cao-partijen spreken af met betrekking tot arbeidsmarktbeleid maximaal 0,03% van de bruto loonsom te reserveren. Premievaststelling vindt jaarlijks voor 1 maart plaats door het StAZ- bestuur op basis van jaarplan, begroting en kaspositie. Heffing vindt plaats door het CAOP. Bij een kassaldo van 3 mln euro of meer vindt geen heffing plaats.

Bijlage I: Adressen van de partijen bij het Cao-overleg

FNV

Postbus 9208, 3506 GE Utrecht

Tel. 088 3680368

Website www.fnv.nl/ziekenhuizen

CNV Zorg & Welzijn, onderdeel van CNV Connectief

Postbus 2510, 3500 GM Utrecht

Tel. 030-7511003

Website www.cnvzorgenwelzijn.nl

FBZ

Federatie van Beroepsorganisaties in de Zorg en daaraan gerelateerd onderwijs en onderzoek Postbus 20058, 3502 LB Utrecht

Tel. 030-670 27 08

Website www.fbz.nu

NU’91

Beroepsorganisatie van de verpleging en verzorging Postbus 6001, 3503 PA Utrecht

Tel. 030-296 41 44

Website www.nu91.nl

NVZ Vereniging van Ziekenhuizen

Postbus 9696

3506 GR Utrecht

Tel. 030-273 98 83

Website www.nvz-ziekenhuizen.nl

Bijlage J: Gebruikte afkortingen

Zie:

gebruikte afkortingen